Alice in Wonderland

‘Wat voor mensen wonen hier?’
‘Die kant uit’, zei de kat, met zijn rechter poot zwaaiend,’┬á woont een hoedenmaker.
‘En die kant uit’, zwaaiend met zijn andere poot, ‘woont een Maartse Haas. Het doet er niet toe bij wie je langs gaat. Ze zijn allebei gek.


‘Maar ik wil niet bij gekke mensen langs gaan’, merkte Alice op.

‘O, daar ontkom je niet aan’, zei de kat. ‘We zijn hier allemaal gek. Ik ben gek. Jij bent gek’.
‘Hoe weet je dat ik gek ben?’ zei Alice.
‘Dat moet wel, anders was je hier niet gekomen’.

(‘Alice in Wonderland’, Lewis Carroll, Anglicaans geestelijke en wiskundige, 1865)

<met dank aan Cathelijn Felet>